DE BIJZONDERSTE CULTUREN VAN DE MENSHEID

Hun verspreiding door de kolonisatie

Print versie

 

De grondslagen van de culturen

 

   

Ook kan technologische, institutionele en economische achterstand snel worden ingelopen. Japan bijvoorbeeld had slechts enkele decennia nodig om van middeleeuwse feodaliteit te evolueren naar het actuele Europese en Amerikaanse niveau. Op artistiek vlak gaan ontwikkelingen nog sneller. Al bewaren ze hun culturele identiteit, toch zijn de Japanners onder de eersten in de wedstrijden voor klassieke muziek. Ze worden in alle domeinen van dichtbij gevolgd door de Chinezen en de Aziatische 'draken' Singapore, Taiwan en Zuid-Korea.

 

Hoe snel deze evolutie ook is, toch stelt men vast dat de harde kern van elke cultuur, de religie of de moraal en de taal stand houden. Kunsten, wetenschappen, technieken, levensstijl en instellingen zijn daarentegen veel labieler en kenmerken slechts momenten of tijdperken van de cultuur van een volk.

De eerste mensachtigen kenden omzeggens geen cultuurverschil: allen kenden ze de techniek van de gehouwen steen. Die techniek was niet zo eenvoudig als men zou denken. Probeer maar eens om een mooie rechte dolk of een scherpe pijlpunt te halen uit een stuk steen. Ze konden ook vuur doen opvlammen met een apparatuur die veel ingewikkelder was dan onze lucifertjes. Ze vereerden hun doden en voorouders, en ze vreesden de krachten van de natuur, die veel sterker waren dan hun eigen menselijke kracht.

Het animisme

 

   

Om met die krachten te kunnen communiceren en ze gunstig te stemmen, kenden ze die een ziel toe die op de hunne geleek en toegankelijk was, met een aangepaste taal en riten, beheerst door sjamanen en medicijnmannen. Het animisme is de cultus van de vleesgeworden levenskracht in alles waaraan kracht of beweging is gegeven: de levende wezens, de wind, het water, de bronnen, de zeeën, enz. Deze cultus, samen met de verering der voorouders, werd de religie van de hele mensheid en men treft die ook vandaag nog aan in de Braziliaanse wouden, de Australische woestijn en de Afrikaanse brousse. Het was ook de religie van de Bantoe eer ze christenen werden. Ver van te zijn uitgeroeid blijft de invloed van de medicijnmannen aanzienlijk. Elke dood of zware ziekte wordt vermoed veroorzaakt te zijn door toverij. Ook de christelijke riten hebben sporen bewaard van vroegere culten, onder vorm van dans en gezamenlijke gezang. Deze waren in de oude godsdienst verondersteld de gemeenschap te verrijken met positieve krachten of de kwade geesten te verjagen.

 

De bijdrage van de bantoe tot de universele cultuur is aanzienlijk. Hun cultuur bracht een nieuwe opvatting van de muziek, met nadruk op ritme. Een bijzondere geestesgesteldheid, de 'blues', heeft de wijze van denken doordrenkt, tussen romantisme, heimwee en uitdrukking van innerlijke krachten. Ook in de figuratieve kunsten zijn de bantoe voorlopers geweest van de vormstilering en de materialisatie van geestelijke krachten. Tenslotte kunnen we hun zin voor gemeenschap en solidariteit niet evenaren en we stellen er slechts sociale instellingen zonder ziel of spontaneïteit tegenover, maar bewaren de nostalgie naar een samenleving waar het gevoel voorrang krijgt op de rede in onze collectieve gedragingen.

Wie ooit een Kongolese hoogmis heeft bijgewoond, beseft dat we onze zin voor religie verloren hebben. Die drukt immers door vrolijke zang en dans het geluk uit om hetzelfde geloof, dezelfde hoop in Christus en dezelfde solidariteit tussen al de deelnemers. Zal de spirituele hernieuwing uit Afrika komen?

Vertrekkend van deze gemeenschappelijke animistische kern die door de hele mensheid gedurende 400.000 jaar werd gedeeld, splitsten zich sinds enkele duizenden jaren twee relatief recente strekkingen af, het polytheïsme en het monotheïsme.

Het polytheïsme

 

 

.

Voor de enen waren de krachten van de natuur zo talrijk en geheimzinnig dat, om ze beter te kunnen identificeren, men ze menselijke karakters gaf die ze door goddelijke eigenschappen overstegen. Men schiep goden in mensengedaante voor het vuur, de wind, het water, de zee, enz., wat niemand belette hen te vereren onder een bijzondere vorm, zoals een nabije en dreigende vulkaan, een gunstige wind, een bron, enz.

 

 

De neiging om deze goden hiërarchisch in te delen leidde tot de uitvinding van een god der goden, die machtiger moest zijn dan en geen kenmerken zou hebben van de andere goden, die men dan beter probeerde te omschrijven.

Men herkent het polytheïsme van de Arische, Indische, Griekse, Latijnse, Keltische en Gallische culturen, en andere meer, waarbij we echter een onderscheid maken naargelang het lot voorbehouden aan de overledenen, een andere essentiële zorg van religies en culturen

Het hindoeïsme

 

   

Laten we het voorbeeld aanhalen, niet van de Grieks-Latijnse polytheïstische culturen die slechts enkele miljoenen toenmalige individuen hebben aanbelangd, maar een model waarin zowat een miljard mensen van vandaag zich identificeren: het hindoeïsme. Het verenigt bevolkingen van zeer verschillende herkomst: zwarte Dravidiërs, proto-Indo-Europeërs van de Indusbeschaving, Ariërs die van de Oekraïne kwamen, Maleisiërs, Indochinezen en Indonesiërs.

Het hindoeïsme erkent een massa goden, verschillend naargelang de plaats waar ze worden vereerd, maar slechts drie hoofdgoden: Brahma, Vishnu en Shiva. Alle goden, de grote en de kleine, zijn de uitdrukking van een opperste werkelijkheid, de Brahmaan.

In hem kunnen alle mensen zonder onderscheid zich door de zielsverhuizing ontmoeten. Daartoe moeten ze ontsnappen aan de wedergeboorte, de eeuwige terugkeer, het bestaan dat ze na hun dood zullen hebben in een nieuw leven.

 

Iedereen, naargelang hij het goede of het kwade heeft gedaan en zich min of meer heeft onthecht aan het vluchtige en schijnbare, wordt gereïncarneerd in een min of meer hogere vorm van de ladder der wezens. Wanneer hij in zichzelf alle begeerte zal hebben gedoofd, zal hij verdwijnen in de volkomenheid van de Brahmaan.

Deze opvatting staat het verzaken aan elke ambitie voor en heeft op zedelijk gebied ontegenzeggelijk verdiensten, maar ze bevordert natuurlijk de vooruitgang niet.

Gandhi was zeker het meest typerende voorbeeld van het hindoeïsme: zijn geit, spinnewiel en paan waren een symbool van onthechting aan rijkdom en materiële vooruitgang. Zijn apostolaat van niet-gewelddadigheid was een uitdrukking van de morele waarden, die triomfeerden over het beroemde Britse leger tijdens de verovering van de Indische onafhankelijkheid.

Vooral door zijn persoonlijkheid en karaktereigenschappen heeft het hindoeïsme de universele cultuur beïnvloed. Maar men vergeet zijn opleiding van advocaat in Londen en zijn vriendschap met vice-koning Lord Mountbatten in herinnering te brengen, die hem in staat stelden om het hindoeïsme toegankelijk te maken voor de mensen met een westerse spiritualiteit. Eerder was het hindoeïsme vooral gekend door de voorstelling die de missionarissen ervan gaven en door de agnostische versie, het boeddhisme.

De traditionele hindoe-instellingen konden zich handhaven, ondanks de officiële afschaffing ervan in naam van de democratie. Ze geven de verscheidene herkomst van de Indische bevolkingen weer: in het kastensysteem bekleden de zwarte Dravidiërs de laagste sociale rang en de brahmanen de hoogste. De zielsverhuizing verzacht in principe de starheid van deze hiërarchie, want iedereen kan door deugd en onthechting opstijgen naar een hogere klasse, evenwel slechts in een volgend leven.

De hindoekunst geeft de eeuwige cyclus weer van de veranderingen in de wereld en van de proliferatie van wezensvormen en migraties.

De Chinese culturen

 

   

Een andere strekking, niet atheïstisch maar agnostisch, was die van de Chinezen. Iedereen is vrij om zijn voorouders en een of andere bovenmenselijke entiteit van zijn keuze te vereren, een draak of iets anders, maar iedereen moet akkoord zijn met de levensregels. Dit was de lering van Confucius, Lao-Tse en Boeddha.

Wanneer de mens zijn eigen persoon cultiveert en respecteert, verspreidt hij volgens Confucius een ordebeginsel dat geroepen is om universeel te worden: de wijsheid. Ze bevat de morele voorschriften die het leven hier op aarde moeten beheersen, wat ook het onkenbare van het hiernamaals moge zijn. Deze voorschriften zijn de plichten tegenover de familie en de samenleving, zoals kinderlijke piëteit, onderdanigheid en getrouwheid tegenover de oversten en eerbied voor het gerecht. Dit impliceert dat men de anderen niet mag aandoen wat men zelf niet zou willen ondergaan. Uit deze lering kan men afleiden dat de betrekkingen tussen de vorst en zijn onderdanen, tussen vader en zoon en tussen vrienden onderling onveranderlijk geregeld zijn, wat lijkt in te sluiten dat elke sociale hervorming tegenstrijdig zou zijn met de natuurlijke orde.

Het taoïsme kan men atheïstisch hindoeïsme noemen. Het beweert de rechte weg naar het absolute te tonen: de mens kan het geluk bereiken als hij het voorbeeld van de natuur volgt. Hij mag niets doen wat strijdig is met de natuur en moet een eenvoudig leven leiden, vrij van verlangens en ambitie. Het taoïsme legt de nadruk op de betrekkelijkheid der waarden en de onbelangrijkheid van de mens, in vergelijking met het heelal waarvan hij slechts een van de ontelbare uitingen is.

Ook de boeddhistische lering komt over als atheïstisch hindoeïsme: elk wezen is onderworpen aan de cyclus van de wedergeboorten, met de pijn en het lijden die elk leven meebrengt. Wanneer men in zichzelf de begeerten dooft die eigen zijn aan de levende wezens, is het mogelijk verlost te worden, d.i. een einde te maken aan deze cyclus en te verdwijnen in het absolute.

Terugkeer van de mystiek, Confucius en Boeddha tot goden verklaard.

Het boeddhisme bereikte onder deze vergoddelijkte vorm zijn grootste geografische verspreiding.

Elk volk, van Japan tot Tibet en de Insulinde, voorzag het van kenmerken die het best aan zijn cultuur beantwoordden. Door zijn verschillende religieuze vormgeving leende het zich beter tot verandering en aanpassing dan de atheïstische vormen van de oosterse denkwereld, die van conservatisme getuigden in opvattingen en instellingen.

De Chinese kunst bijvoorbeeld zal eindeloos, gedurende eeuwen, volmaakte vormen van paleizen, vazen, drakensculpturen en schilderijen van landschappen en tuinen blijven herhalen. Tijdens onze Middeleeuwen waren de technologieën in China op velerlei gebieden verder geperfectioneerd dan de onze. Maar ze maakten geen sprong in de wetenschap, want zodra de basis ervan moest worden veralgemeend en gestructureerd kregen immobilisme en conservatisme de voorrang. Zo ook in de politiek: veranderingen kwamen er nooit door progressieve ontwikkelingen, maar door Mongoolse en Mantsjoerijse invallen, of revoluties van boeren of proletariërs.

China toonde aan de wereld dat een agnostische regering de mensen kon besturen, mits elk geloof te respecteren. Er hoefde geen soeverein van goddelijk recht en de Staat hoefde zijn legitimiteit niet te halen uit een bepaalde religie of uit het stemrecht van de bevolking. Men is er nog ver van de democratie en die heeft in China ook nooit gewerkt, maar wel zeer dicht bij verdraagzaamheid. Ook de Chinese technologische inbreng was aanzienlijk: veel grote uitvindingen ontstonden in China.

 

Het monotheïsme

 

   

Kwam het monotheïsme voort uit het polytheïsme, door de verschijning van een enige God die de andere eerst heeft verdrongen en daarna verdreven? Elke poging in die zin is mislukt: wanneer het Opperwezen voortkwam uit een pantheon heeft Hij nooit lang geleefd. De Egyptische god Amon hield het slechts vol zolang Amenophis IV regeerde, de Semitische El werd snel vervangen door Baal met zijn vele verschijningsvormen, de mysteriegodsdiensten en ook de neoplatonische en pythagorische geloofsbelijdenissen overleefden hun sekten niet.

Anderzijds heeft het mazdeïsme in India en Iran bijna geen volgelingen meer, ook al overleeft het reeds ongeveer 3.000 jaar, maar zijn monotheïsme is niet voortgesproten uit een vroeger polytheïsme, wel uit een heilig boek dat verbrand zou zijn geweest door Alexander de Grote. Alle monotheïstische godsdiensten komen rechtstreeks voort uit een goddelijke boodschap. De boodschap van Ahura Mazda beschrijft zijn strijd tegen een demon, Ahriman, en de plicht van de mens om door zijn goede daden Gods macht te versterken.

 

Ook Abraham, die in de 19e eeuw v.C. aan het hoofd van een kleine Aramese stam rondzwierf tussen de valleien van de Euphraat en de Nijl, zou zich niet hebben losgemaakt van een eerder polytheïsme. De openbaring die hij van de enige God kreeg was voldoende om hem te overtuigen. Toch moest Mozes, de Tafelen der Wet onder de arm, de afgoden stukslaan die zijn volk zes eeuwen later nog aanbad. Tot de tijd der koningen staat de bijbel vol waarschuwingen tegen valse goden en herinneringen aan de uniciteit van de Eeuwige God. Dit bewijst dat er geen gebrek was aan afglijdingen naar de culten van de buurvolken, zoals ten gunste van een coëxistentie met de goden El en Baal. Zelfs na de dood van Salomo kwam er een schisma, dat rond 900 v.C. de volkeren van Juda en Israël scheidde. Er hoefden niet minder dan vijf opeenvolgende profeten eer Jezus Christus door God zelf werd gezonden, om de neigingen tot afgoderij te bestrijden die zich binnen tal van sekten verspreidden tot aan de komst van de Heer.

Jezus zelf was lid van de sekte der Essenen, de meest orthodoxe en strengste van alle. Ook hij werd niet geloofd door de joden, die hem lieten kruisigen, en de joodse dogma's werden pas definitief vastgelegd met Maimonides (1135-1204 n.C.).

Het judaïsme is een van de grootste culturen van de mensheid, doch slechts door het grote aantal eminente persoonlijkheden die het vertegenwoordigen in onze samenleving, waar ze zich trouwens integreerden. Maar we zouden van het judaïsme niet hebben gesproken als Abraham niet door christenen en moslims was opgeëist als hun geestelijke vader, met zijn zonen Ismaïl en Izaak aan het hoofd van de resp. islamitische en joods-christelijke vertakkingen. Deze laatste vertakking ligt met haar Grieks-Latijnse inbreng aan de oorsprong van onze westerse beschaving.

De Arabische beschaving

 

   

Van de Arabische beschaving kan men slechts spreken in het kader van de islam en de moslims leven in zeer verschillende landen, zoals bijvoorbeeld Turkije, de Sovjet-Unie en Indonesië.

Behalve de verklaring 'God is God en Mohamed is zijn Profeet' en het geloof in een toekomstig leven waarin de goeden zullen worden beloond en de kwaden gestraft, bestaat de islam in het waarnemen van een stel eenvoudige riten en regels, door de Koran gecodificeerd en dus voor alle geesten toegankelijk. Het gaat om deze veelvuldig herhaalde geloofsbelijdenis en om het gebed, de aalmoes, het vasten tijdens de Ramadan en de bedevaart naar Mekka voor hen die de middelen daartoe hebben. Sommigen voegen daar de heilige oorlog en de uitsluitende toepassing van de Koran op burgerlijke en strafrechterlijke rechtsbetrekkingen aan toe. Daardoor wordt de discriminatie van de vrouw en de andersgelovigen gelegitimeerd, en er vloeit een starheid uit voort die niet gunstig is voor ontwikkeling.

 

Maar deze bewering is slechts juist voor de meest onverdraagzame vormen van de islam, want we mogen niet vergeten dat de Arabieren ons een groot deel van de Grieks-Romeinse cultuur hebben overgebracht en dat ze de mensheid hebben verrijkt met de kennis van hun artsen, wiskundigen en sterrenkundigen. De dunheid van de filosofische en theologische inhoud van de Koran, die te strikt is ingebed binnen de vorm van korte, soms tegenstrijdige en altijd empirische soera's, liet zijn beste geesten toe zich te ontplooien tijdens perioden van relatief liberalisme binnen de islam, in Spanje, Mesopotamië, Centraal Azië en Turkije.

Omdat noch God noch de Mens mogen worden uitgebeeld, onderscheidt de islamitische kunst zich door een buitengewone rijkdom aan decoratieve, kalligrafische en ornamentele motieven. Hun lichtheid, elegantie en verbeelding contrasteren met de gedegenheid en het relatief conformisme van sommige voorbeelden uit onze middeleeuwse kunst. De islamitische kunst leerde ons ook dat de abstractie en de vrije uiting van de geest vormen kunnen voortbrengen, zo harmonieus als de nabootsing van de natuur. Ze heeft onze visie op kunst gediversifieerd, en breder gemaakt dan de visie die we hadden geërfd van de al te perfecte klassiekers.

De westerse beschaving

 

   

De westerse beschaving, waartoe we Europa, Australië, Noord- en een groot deel van Zuid-Amerika moeten rekenen, hetzij ook een miljard mensen zoals de andere grote culturen, onderscheidt zich vooral door de uniciteit van zijn herkomst: de Indo-europese volkeren komen uit de vlakten van Oekraïne. Hongaren, Finnen en Basken, die een andere herkomst hebben, zijn zeer kleine minderheden in Europa, zoals ook de overlevende Indianen van Amerika en de aborigines van Australië, die trouwens niet het minste deel hebben gehad in de wording van de westerse cultuur. Onze talen, die alle verbuigingen hebben, zijn zeer verwant met elkaar als men ze vergelijkt met de agglutinerende en isolerende talen van de andere volkeren. Alle godsdiensten, de katholieke, orthodoxe en protestantse hebben het christendom gemeen.

De oorsprong van de Europese cultuur situeert zich dus noch in Athene, noch in Rome, noch in Jeruzalem, maar in het zuiden van Rusland, waar de taalkundige eenheid ontstond en van waaruit de Kelten, Italiërs, Achaiërs, Doriërs en de eilandbewoners vertrokken zijn en de Myceense beschaving schiepen in Kreta en Santorin. Daarop volgden de Griekse en Romeinse beschavingen, maar onze Gallische voorouders hebben de Keltische geërfd die hen nog voor de Grieks-Romeinse bereikte.

Volgens de klassieke zienswijze geven de oorlog van Troje, de Ilias en de Odusseia het begin aan van het hellenisme. Heldendom en bovenmenselijke prestaties zijn niet meer het voorrecht van de goden. De mens wordt stilaan de maat voor alles en zijn oordeel bepaalt wat mooi, goed en waar is. Individueel heroïsme in de oorlog, harmonie en redelijkheid in het stichten van vrede worden de hoogste waarden. Het heelal is niet meer onkenbaar, het wordt beheerst door wetten die de menselijke rede kan ontdekken. Dit intellectueel liberalisme zal de geleerden in staat stellen de aarde te meten en haar afstand tot de maan en de zon, de minerale, dierlijke en plantaardige soorten te beschrijven, de wis- en meetkundige kennis te ontwikkelen waarvan de principes vandaag nog worden onderwezen. De filosofie leert de meest verschillende en tegenstrijdige theorieën kennen. Tegenover deze overvloed van opvattingen, die ontstaan uit een plots bevrijd menselijk bewustzijn, staat het evenwicht en de harmonie van de klassieke kunst, die in onze academiën de basis van het onderwijs is gebleven.

 

Het hellenisme werd door Alexander de Grote en zijn opvolgers verspreid in het hele Oosten, van Indië tot Egypte, maar het vond er geen voedingsbodem die het kwistig gestrooide zaad duurzaam kon laten te gedijen. Het moest terug naar de Europese bodem. Dit werd de taak van Rome, dat mede door zijn wetten, ingenieurs en legers een conceptuele en territoriale ontwikkeling tot stand wist te brengen die anders anarchistisch ware geweest. Rome gaf aan het Europese hellenisme de gedegenheid en in de uitbreiding ervan de duurzaamheid die het miste in een uitsluitend Grieks verband. Het Latijn en de urbanisatie die door Rome werden opgelegd, waren de bijzonderste hulpmiddelen voor deze romanisatie.

Wat was de rol van het christendom in deze tweede en derde periode van de Europese beschaving? Het was de godsdienst van veel nederige, onbelangrijke mensen, die behalve in het hiernamaals op niet veel geluk konden hopen. Die vrome zielen eerden terecht de verdiensten van de martelaren, maar de invloed van het nieuwe geloof bleef ondermaats tot aan het edict van Milaan (313). Keizer Constantijn de Grote beval toen verdraagzaamheid tegenover de christene godsdienst, die intussen wellicht de godsdienst van de meerderheid van de bevolking was geworden. Dit edict werd aangezien als een officialisering van het christendom. Om de toestand meester te blijven moest de keizer almaar meer partij kiezen voor de orthodoxie van de meerderheid en tegen de ketters. Hij werd ook, misschien zonder het te weten of te willen, de voornaamste factor van de religieuze eenmaking van Europa.

In de Middeleeuwen namen de monniken de fakkel van het joods-christelijke ideaal over, door het te verrijken met een meer samenhangende theologie dan die van de concilies. Sint Thomas combineerde ze met de filosofie uit de Oudheid, vooral die van Aristoteles, wiens erfenis daardoor niet verloren ging. De abdijen voorzagen Europa van een netwerk van culturele en caritatieve centra, en onderzoek kreeg er steeds meer belang.

Voor de enen was het voorwerp van dit onderzoek de letterlijke en steeds herhaalde bevestiging van de religieuze waarheden, maar voor de anderen de ontdekking van nieuwe ideeën. De voorrang gaat stilaan over van de teksten naar de rede, omdat God geen onredelijke wereld kon hebben geschapen. De kruistochten brachten de Europeanen in contact met een beschaving die verfijnder was dan de hunne en op het einde van de Middeleeuwen zal de overdracht door de Arabieren van de wetenschappelijke ontdekkingen uit de Oudheid deze rationalistische stroming nog versterken. De voornaamste zorg wordt het onophoudelijk in overeenstemming brengen van het Geloof met de Rede.

De Renaissance gaf de genadeslag aan het dogmatisme op wetenschappelijk en artistiek gebied. De grote ontdekkingen in de geografie brengen Europa in contact met onbekende mensengroepen, wat de vraag naar de universaliteit van de menselijke natuur doet stellen. Wie en wat is de mens? Welke zijn zijn natuurlijke rechten en plichten? Velen kennen de heilige boeken niet en kunnen de Openbaring dus niet hebben ontvangen. Dat zulke rechten en plichten konden bestaan in onwetendheid en buiten Gods wil, wierp de vraag op naar het natuurrecht en de natuurlijke vrijheden. Deze vraag zal uitsluitend door leken worden beantwoord: de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten, de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van de Franse opstandelingen, de Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties.

Volgende opvattingen blijken essentieel van Europese oorsprong te zijn: het individu tegenover de gemeenschap, de persoon drager van burgerrechten, de burger en zijn burgerlijke en politieke rechten en plichten, die uit zichzelf bestaan en niet in functie van een externe macht. Nieuwe ideeën zien het licht: vrijheid, beperking en scheiding der machten, culturele diversiteit die moet worden geëerbiedigd, de waarde van persoonlijke overwegingen en meningen, die garant staan voor creativiteit en vooruitgang. Deze specifiek Europese opvattingen werden overal ter wereld verspreid door de kolonisatie, zodat ze universeel werden. Zij die beweren er aan te ontsnappen of terug te keren naar een voorbijgestreefd verleden of een of ander integrisme, bannen zichzelf uit de gemeenschap der naties.

 

Bronnen :